Lessen met een pratende fiets
De fiets in de garage heeft een voorstel: leer fietsen, dan leer ik je vliegen. Elke les wordt een klein avontuur. De fiets moppert als hij omvalt, herinnert je kind eraan om vooruit te kijken in plaats van naar het voorwiel en moet giechelen als de bel iets te vaak rinkelt.
Er komt een eerste ritje op het plein, een helling die op een berg lijkt en een lange tocht rond het meer. Je kind valt en staat weer op, en elke keer herinnert de fiets aan zijn belofte. Of er ooit gevlogen wordt, of dat vliegen iets heel anders blijkt te zijn dan gedacht, ontdek je aan het eind.
Midden in het oefenen
Dit verhaal past bij de weken waarin je kind leert fietsen: als er al een paar dagen geoefend is en het geduld een beetje opraakt. Het is ook leuk voor een kind dat al kan fietsen en zich wil herinneren hoe het was, of als cadeau wanneer er een nieuwe fiets klaarstaat.
Een kind van drie met een loopfiets zal genieten van de pratende, een tikje ondeugende fiets. Een kind van acht dat op een grotere fiets leert rijden, herkent de frustratie, lacht om het gemopper en ziet dat je het gewoon nog een keer kunt proberen.
De rode helm en de weg rond het meer
Beschrijf de kleur van de fiets, de helm en de plek waar jullie oefenen: een rustige straat, een pad in het park of een weggetje met grind. Een broer of zus kan vooruit fietsen om de weg te wijzen, terwijl een ouder achter de fiets aan rent met een hand op de bagagedrager. Zijn de zijwieltjes er pas af? Dan kan dat een eigen scène worden.
Bedenk na het lezen wat jullie fiets zou zeggen als hij kon praten. Geef hem een naam en leg een stokje neer op de plek tot waar je kind zelf heeft gefietst. Verplaats het na elke poging. Meer ideeën vind je bij Leren fietsen.









