Alarm, sirenes en een kat in de boom
Het alarm gaat af, er wordt een helm aangereikt en voor je het weet zit het kind in de grote rode brandweerwagen met zwaailichten. Onderweg ziet het kind dat iedereen in het team een taak heeft: iemand rijdt, iemand leest de kaart en iemand maakt de slang klaar.
De opdracht is spannend, maar niet te eng. Misschien is er een kat die te hoog in een boom is geklommen, moet er een ladder tegen een dak worden gezet of is er een klein brandje in een vuilnisbak dat snel wordt geblust. Het kind helpt op een manier die alleen het zelf kan, bijvoorbeeld door een bange kat met een rustige stem te kalmeren of iets te zien wat de volwassenen hebben gemist. Hoe de dag op de kazerne eindigt, ontdekt de lezer zelf.
Van sirenes tot samenwerken
Dit verhaal past bij kinderen die bij elke brandweerwagen blijven staan, met een speelgoedbrandweerwagen in bed slapen of al eens een open dag bij de brandweer hebben bezocht. Het kan ook helpen als een kind bang is voor sirenes: in dit verhaal hoort dat geluid bij mensen die komen helpen.
Een driejarige geniet van de loeiende sirene, de grote rode wagen en de spuitende slang. Voor een achtjarige gaat het ook over samenwerken: wie doet wat, waarom luister je naar elkaar en hoe voelt het om dapper te zijn terwijl je toch een beetje bang bent?
De brandweerkazerne om de hoek
Is er een brandweerkazerne in de buurt? Beschrijf die dan, zodat de afbeeldingen vertrouwd aanvoelen. Een broertje, zusje of vriendje kan meewerken in het team en de hond kan de hond van de kazerne worden. Heeft het kind ooit in een echte brandweerwagen gezeten, of staat er thuis een geliefde speelgoedwagen? Dan kan dat een eigen plekje in de afbeeldingen krijgen.
Praat na het lezen over wat jullie thuis doen als de rookmelder afgaat: hoe komen jullie buiten en waar spreekt het gezin af? Je kunt ook vertellen dat je bij brand of andere spoed 112 belt. Meer over ladders en brandslangen vind je bij Brandweer.









