Van zwevende pantoffels tot een stad die hulp nodig heeft
De dag begint met zwevende pantoffels en gloeiende handen. Eerst moet het kind uitzoeken hoe de nieuwe kracht werkt. Dat gaat met een paar grappige ongelukjes: ontbijtgranen vliegen door de keuken en een deur gaat iets te hard open. Dan merkt het kind dat de stad hulp nodig heeft, en dat er weinig tijd is.
De opdrachten zijn alledaags en niet gevaarlijk: een vastzittend katje, een buur die boodschappentassen heeft laten vallen, een klein kind dat zijn papa kwijt is in het park. Tegen het einde van de middag begint de kracht te verdwijnen, terwijl de belangrijkste opdracht nog moet komen. Wat het kind dan ontdekt, is de kern van het boek. Dat laten we jullie zelf lezen.
Voor iedereen met een cape in de kast
Dit verhaal past bij kinderen die zich graag verkleden, met uitgestrekte armen van de bank springen of zich afvragen welke superkracht ze zouden kiezen. Het past ook bij een kind dat wel eens mag horen dat kleine dingen, zoals iemand helpen of sorry zeggen, óók moed vragen.
Een driejarige geniet van het vliegen boven de daken en de mensen die zwaaien. Een achtjarige kan nadenken over de vraag of je een superkracht voor jezelf of voor anderen moet gebruiken, en of je ook een held kunt zijn als je niet kunt vliegen.
Het kostuum, de kracht en de helper
Beschrijf het echte verkleedpak of de cape van het kind en de kracht die het zelf zou kiezen: vliegen, onzichtbaar worden of met dieren praten. Een broertje of zusje kan een helper zijn, met een eigen kostuum. De hond of kat kan een klein masker krijgen en een superkracht die helemaal van hem of haar is.
Denk na het lezen samen na over jullie dagelijkse superkrachten. Wie in het gezin kan het beste troosten en wie vindt altijd zoekgeraakte spullen terug? Bedenk een week lang elke dag een heldenopdracht, zoals een buur helpen of iemand verrassen met een tekening. Meer over kostuums en fantasiespel vind je bij Verkleden.









